Zuwentse praot A

Zuwentse waorde en oetdrukkingen

Zo maor wat olde waorde en uutdrukkings oet Lechenvaore, Harvele, Levele, Vraogender, Zuwent en Mariënvelde. Ze komt oet ´t waordenbook ´N KLEDDEKEN ACHTERHOOKS van Henk Hulshof oet Lechenvaore. ’t Book is oet’egevene in 1992 en jammer genog neet meer te krieg’n. Wi’j zult ow regelmaotig op disse plaatse wat van dee olde waorde laot’n preuv’n.

(Henk Hulshof is bij de oudere generaties bekend als leraar engels en natuurkunde op de MULO in Lichtenvoorde en bij de nog ouderen, vanwege zijn verzetsactiviteiten tijdens de oorlog.)

ABCDEFGHIJKLMNOPQRSTUVWXYZ
ZuwentsBetekenis
ACHTERBOKSEbrede riem van een paardentuig om de achterhand van een paard
ACHTERANachteraan
ACHTERBAKSstiekem
ACHTEREERSachterwaarts
ACHTERHEER (ZITTEN)ergens achteraan moeten
ACHTERHENergens achteraan moeten
ACHTERHUUS/ACHTERHOESbedrijfsgedeelte boerderij
ACHTERMEKAREachter elkaar
ACHTERNOAachteraf, naderhand, achterna
ACHTERSTEVEURNachterstevoren
ACHTERVEERDEL1/4 deel deel van een geslacht rund (van het achterste deel)
ACHTERVEUR (GEVEN)iemand op zijn achterste slaan
ADEGaardig
ADEGHEID“Ne kale adegheid” – een waardeloze handeling / klein presentje
ADEGHEIDaardigheid
ADELEKbesmettelijk / van adel
AEKazijn
AEKSTEREN(uutspr: aekstan) bekvechten / kêkelen
AEPEkruipende boterbloem / aepe van jongens (deugnieten)
AEVENOLDERSmensen van gelijke leeftijd
AEVENVÖLLEonverschillig, ongeïnteresseerd
AEVERDESSEhagedis
AF-ÄÖZEN / AF-ÊUZENhard werken, zwoegen
AFBESTENvan een bast ontdoen
AFDEKKELENeen pak slaag geven
AFDOKTERENlangdurig onder doktersbehandeling staan
AFDOONvoorbij streven / afladen of lossen van hooi of graan / afhandelen
AFDREUGENafdrogen / iemand terecht wijzen / iemand vernederen
AF-ELAEFDafgeleefd, heel oud
AF-ESMAKTkrenterig / bot
AFFERSTONDbuitengewoon
AFGADDENafkluiven, afknabbelen / garven graan lossen
AFGANKontlasting / afgang
AFGAONhet gaat hem goed af / afgoan as ne gaeter (gieter) / een flater slaan
AFGESMAKTonfatsoenlijk, onbeschoft, lomp, onheus
AFGREWWELENiemand afsnauwen
AFJACHstandje, berisping krijgen
AFKAEKELENiemand de mantel uitvegen
AFKAOR’Nzand/grond met paard en kar afvoeren
AF’KERENschoonvegen (met een bezem)
AFKIEKENafkijken / het al bekeken hebben
AFKIENENuitlopers van aadappels verwijderen
AFKLEPPENalles aflopen
AFNIEFELENiemand iets op een slinkse wijze afhandig maken
AFKNOEVENafkluiven
AFKOREN(zand, grond) met paard en kar afvoeren
AFLÖCHTENverjagen (iemand van den brink aflöchten)
AFLOERENrondloeren / bespioneren
AFMOSSELENtijd verdoen met kleine karweitjes
AFNEMMENfotogeniek zijn
AFPLANKENmet planken aparte ruimte maken
AFPLAOGEN (ZICH)zich inspannen
AFPRAOTENafspreken / overeenkomen
AFPULSKENVboter karnen
AFRABBELEN / AFREBBELEN(te) veel praten / snel praten
AFSCHIENENwarmte afstralen
AFSCHUMENafschuimen / letterlijk: met schuimspaan / rondneuzen
AFSJOKSENrondslenteren
AFSMERENafranselen / pak slaag geven
AFSMIETENhooi/graan van de balken naar beneden gooien / van je afzetten
AFSÖKKELENaftobben
AFSTEKKENhooi/graan van de wagen lossen / kanten van een gazon afsteken
AFZATafzet (economisch)
AFZWOKKENveel dansen
ALDERBASTENDheel erg / veel / allemachtig
ALEgier
ALENKAOREgierkar
ALENKELDERgierkelder
ALENPOMPEgierpomp
ALENSCHEPPERgierschep
ALENTONNEgierton
AL’LENShetzelfde / zelfde mening
ALLER’HILLIGENallerheiligen
AMMAOLallemaal / een keer
AN (‘T TER AN HEMM)doodmoe zijn
ANBELANGENbetreffen (Wat ons anbelangt)
ANBESTAEDENanbesteden
ANBETREFFENbetreffen / wat dat anbetreft
ANDERWEGGELERSelders / op andere plaatsen
ANDIKKEverzadigd / bot – een mes of zaag is andikke
AN-ESCHOTTENdronken zijn / aangeschoten wild
ANGANKsteeds na kerktijd op een bepaald adres koffiedrinken
ANGAONbinnengaan / ergens langs gaan/ te keer gaan / vast vooruit gaan / doorlopen / wat mankeert hem toch
ANHALENbijeenbrengen / verzamelen
ANHESTENophitsen
ANHOL’Niets niet verkopen / tot stoppen dwingen / relatie aanhouden
AN’KERENuitvegen / aanvegen
ANKOMMENdik worden / aankomen / op bezoek komen
ANKRIEGENbenauwd krijgen / niet meer kunnen
ANLANGENaanreiken
ANLIEKENeffen maken
ANMAKENvoortmaken / opschieten / kachel aanmaken / mee opgezadeld zitten
ANNEMMENaannemen / plechtige HCommunie / hernieuwing doopbeloften
ANPIETSENopdrijven (koeien)
ANPRIEZENaanbevelen
ANRAODENaanraden / adviseren
ANSCHETENiemand benaderen voor informatie
ANSCHOEVENnaar voren duwen/drukken/aanduwen van een auto/aan tafel plaatsnemen
ANSCHRIEVENaanschrijven / op rekening schrijven
ANSLÖPPENbijeenbrengen / verzamelen
ANSPITSENaanscherpen / iets puntig maken
ANSPREKKENop ziekenbezoek gaan/op kraambezoek gaan=kraom schudden / gewoon aanspreken
ANSTRIEKENaansteken (lucifer)
ANTREKKENaandoen / aankleden / op reageren
ANVRI-JENvroeg met verkering beginnen
ANWINNENdik worden / aankomen
ANWODDEN / ANWORDENgewoonte
ANZEGGENiemand overlijden mondeling komen bekendmaken (taak naobers)
ANZITTENiets betasten / aan tafel aanzitten
AOLBAEZEaalbes
AOMadem (Hee hef haoste geen oam meer)
AOSpittig meisje / meisje met streken / speelkaart
AOSEMadem
AOToot (wilde klaver)
ÄÖVEREGoverigens
ÄÖVERENoverhouden / te veel
AOVERLOEDENdoodsklok luiden voor een overledene
AOVER’NERENoverleggen
ÄÖZENzwoegen
APE’RI-JEmalligheid, gekheid
APRILBLAOMEnarcis
AREGeigenaardig / vreemd / ook gewoon aardig
ARFENISBESCHRIEVINGtestament
ARFTEerwt
ARFTENSOEPerwtensoep
ARMENBANKEgratis bank in de kerk vrij van bankenpacht
ARMENBUULcollectezak voor collecte tbv minderbedeelden
AR’MEUDEGarmoedig / verwaarloosd
ARMOODarmoede / ook verdriet (bij een begrafenis bijv) / ’t schot ‘m op ’n armood, hij begon te huilen
ASKEas (na verbranding)
ASSEas (van voertuig)
AS-TE-MIETERheel erg / veel / heel snel
AS-TER-TOOheel erg / veel
ASTRANTvrijpostig / brutaal
AVE’ZERENaan de beterende hand zijn