Brief uit Kekerdom

Afdrukken

Brief uit Kekerdom

Het was in 1944, op woensdagnamiddag 25 oktober. Het was druk op het kerkplein bij de Werenfriduskerk in Zieuwent. De mensen stonden druk te praten en gespannen de weg af te turen. Fietsen of andere vervoermiddelen zag je niet, hooguit enkele boerenkarren met een oud paard ervoor. Alle gesprekken gingen over hetzelfde, namelijk de aangekondigde komst van oorlogsvluchtelingen uit Kekerdom.

Wat was er gebeurd met die Kekerdommers, waarom waren ze op de vlucht?

Hun rivierdorp was een maand eerder onder vuur komen liggen, na de geallieerde luchtlandingen om de Rijnbruggen te veroveren. Dat laatste was maar deels gelukt en de legers hielden elkaar in een bloedige houdgreep. De Duitsers waren sterker dan gedacht en verschansten zich in de oostelijke rivierdorpen, waaronder Kekerdom. De burgerbevolking zat in de knel en vluchtte de schuilkelders in. De Duitsers wilden de handen vrij en geen hinder van de burgers, ook omdat ze van plan waren de rivierdijk op te blazen. Op 20 oktober joeg de bezetter daarom alle bewoners het dorp uit en de Kekerdommers werden gedwongen de Rijn over te steken naar de Achterhoek, met achterlating van al hun bezittingen. Wie in de Achterhoek geen familie had om te schuilen, was aan het lot overgeleverd en vertrouwde op de voorzienigheid in de persoon van de dorpspastoor, die als een herder zijn kudde voorging. Het vertrouwen in de kerk was groot in die dagen.

De Kekerdommers hadden hun gastvrij onthaal in Zieuwent vooral te danken aan Pastoor Bergervoet. Deze Pannerdense priester was in de oorlogsjaren pastoor in Zieuwent. Drie dagen daarvoor, op de zondagmorgen, hield hij vanaf de kansel een gloedvolle preek om de deuren gastvrij te openen. Hij maakte zich grote zorgen over de verdreven geloofsgenoten uit zijn geboortestreek. Bovendien kon hij goed met Jan Pulles, de Kekerdomse pastoor.

Zijn oproep van de kansel vond veel weerklank. Zieuwentse 40-plussers die zich zonder risico op straat konden begeven, gingen de boerderijen langs om inkwartiering te organiseren. Op 25 oktober waren op het kerkplein de vruchten van die voorarbeid zichtbaar. Zieuwent stond in groten getale gereed om de Kekerdommers op te nemen.

De dorpen Zieuwent en Mariënvelde waren in de oorlogsjaren buitengewoon gastvrije toevluchtsoorden voor vluchtelingen, onderduikers en deutschfeindliche Terroristen (zo noemden de Duitsers onze verzetshelden). Vrijwel elk gezin verleende onderdak.

Zieuwent telde daardoor in het laatste oorlogsjaar het dubbele aantal inwoners. Ook de Kekerdommers –ze waren wel met vijfhonderd- voelden zich hier snel thuis en konden eindelijk weer op adem komen nu ze aan het acute oorlogsgeweld waren ontsnapt.

Nauwelijks twee weken later kregen de Kekerdommers een nieuwe opdoffer te verwerken. De Nazi-autoriteiten gaven opdracht dat ze Zieuwent moesten verlaten om plaats te maken voor Noord-Limburgse evacués. De verslagenheid onder de Kekerdommers was enorm, ze voelden zich juist zo goed thuis in deze katholieke gemeenschap met haar warme volksaard. Pastoor Pulles werd door de Nazi’s onder druk gezet om met zijn parochianen naar Groningen te vertrekken. De animo was echter gering en de herfstige weersomstandigheden voor zon onderneming belabberd. De tocht zou immers te voet en met boerenwagens moeten gebeuren en zou weken duren. Om de pressie op te voeren werd door de autoriteiten gedreigd met inhouding van voedselbonnen. Uiteindelijk zwichtte de Kekerdomse pastoor omdat hij zijn parochianen niet in gevaar wilde brengen en hij vertrok op 9 november 1944 met de helft van zijn dorpsgenoten naar Groningen. Zo’n 250 volgelingen sloten zich bij hem aan. Evenzoveel Kekerdommers lieten zich door hun Zieuwentse gastgezinnen overhalen om achter te blijven en te vertrouwen op de Achterhoekse gastvrijheid. Bonnen of geen bonnen, zo spraken de Zieuwentse boeren, wij zorgen ervoor dat er eten is voor jullie. Zo kwam het dat een flink deel van de Kekerdommers toch de volle evacuatietijd doorbracht in de Achterhoek.

De laatste oorlogswinter was ongemeen koud en de bevrijding liet veel langer op zich wachten dan gedacht. Er heerste schaarste aan levensmiddelen en gebruiksartikelen, hoewel de Zieuwentse boeren er wonderwel in slaagden iedereen aan het eten te houden, ook de onderduikers en evacués, niemand leed honger. Duizenden hongerigen uit de grote steden ondernamen voedseltochten naar de Achterhoek. Zij klopten evenmin tevergeefs aan in Zieuwent.

Vanaf februari 1945 werd de oorlogssituatie in de Achterhoek grimmiger. Het front schoof naderbij en de verliezende Duitsers raakten steeds gefrustreerder. Afzichtelijke vergeldingsacties waren het gevolg, zoals de executie van 46 verzetsmensen op 3 maart in Rademakersbroek bij Varsseveld. Argwaan en spanning stegen naar ondraaglijke hoogte toen in de laatste oorlogsfase Duitse gemotoriseerde eenheden inkwartiering afdwongen op vrijwel elke boerderij in Zieuwent. Bewoners, evacués en vooral onderduikers moesten nu helemaal op hun tellen passen.

De opluchting was onbeschrijfelijk toen Zieuwent tenslotte op zaterdag 31 maart 1945 werd bevrijd. Die dag rolden de geallieerde tanks het dorp binnen. Verrassend genoeg verliep dat vrijwel zonder slag of stoot, omdat de Duitsers als een dief in de nacht op de vlucht waren geslagen. Het hele dorp snelde in euforie naar het dorpsplein. Iedereen verkeerde in extase. Voor menig Zieuwentenaar was dit de belangrijkste dag in het leven.

Natuurlijk waren de Kekerdommers ook blij, maar hun blijdschap was gereserveerder. Hun gedachten waren bij thuis. Hoe zou het in Kekerdom zijn en hoe zou het afgelopen zijn met hun dorpsgenoten die ze al zo lang moesten missen? Berichten over overstroming, vernieling en mijnevelden in hun geboortedorp zorgden voor een flinke domper op de vreugde. Het zou nog vele weken duren eer ze konden terugkeren naar Kekerdom.

Wat had die evacuatie lang geduurd, meer dan een halfjaar! Veel langer dan de Kekerdommers bij hun vertrek op 20 oktober hadden kunnen denken. De meeste Kekerdommers waren voordien nog nooit van huis geweest en kampten met heimweegevoelens. De Achterhoekse gastvrijheid verzachtte dat uiteraard en men voelde zich warm genesteld bij de opvangfamilies. Er was veel om dankbaar voor te zijn. Maar de lokroep van het eigen dorp werd met de dag sterker. Er waren er die naar Lobith fietsten om naar hun geboortegrond aan de overkant te kijken. Een blik op de eigen kerktoren was balsem voor de ziel.

Eenmaal weer thuis in mei 1945 en verlost van de spanning voelden de Kekerdommers nog veel intenser hun dankbaarheid jegens de Achterhoekse gastgezinnen. Dat kwam ook tot uiting in de levenslange warme vriendschapsbanden. Het voelde zelfs als een familieband, zo diep. Men bleef elkaar jaarlijks opzoeken en kaarten sturen. Nog steeds is het voor de Kekerdommers een mirakel hoe deze Achterhoekse plattelandsgemeenschap in die inktzwarte tijd zo eensgezind vasthield aan haar gastvrijheid. Iedereen bleef veilig en niemand leed honger ondanks de Nazi-terreur.

Er is in deze Achterhoekse gemeenschap in 1944-45 een superieure prestatie van medemenselijkheid geleverd. Kekerdom zal dat nooit, n o o i t vergeten.

Namens de Kekerdomse gemeenschap,

Werkgroep KEKERDOM IN BANGE DAGEN